Hoe is het gesteld met de duurzame inzetbaarheid?

Hoe is het in ons land gesteld met de duurzame inzetbaarheid? De tijd van dralen is voorbij. Recent verscheen het resultaat van het Nationaal Onderzoek Duurzame Inzetbaarheid.

Evenals vorig jaar werd door Vakmedianet en Factor Vijf dit onderzoek gehouden waar dit keer ruim 2100 bedrijven aan mee hebben gedaan. Een opvallende conclusie is vooral dat de vooruitgang nog minimaal is. Op de vraag of duurzame inzetbaarheid op de strategische agenda van bedrijven staat is dit in 2017 54 procent tegenover 51 procent vorig jaar. Er is dus enige vooruitgang, maar niet veel.

Ook het aandeel duurzaam inzetbare medewerkers is nog niet noemenswaardig groot. Het percentage van de respondenten dat in 2017 vindt dat een meerderheid van hun medewerkers vitaal is en plezier in het werk heeft en veel leert is 49 procent, tegenover 44 procent in 2016.

Let wel: dit onderzoek gaat om percepties. Dus geen objectieve metingen van duurzame inzetbaarheid. Het ging om de vraag naar waargenomen factoren die maken dat respondenten het personeel als meer of minder duurzaam inzetbaar ziet.

De grootste samenhang werd wederom vastgesteld in de samenhang tussen dialoog en duurzame inzetbaarheid. Als er gesprekken worden gevoerd tussen leidinggevenden en werknemers over werk en ontwikkeling en elkaar daarop aanspreken op wat beter kan, zijn de medewerkers in de ogen van de respondenten vaker duurzaam inzetbaar.

Kortom: er is nog veel te doen. Vanuit Phylum werpen wij ons al enige jaren op om bedrijven en hun medewerkers te stimuleren zich blijvend te richten op de duurzame inzetbaarheid van de medewerkers. Als er namelijk een zaak duidelijk moet zijn is dat de werknemer het hoogste kapitaal in de organisatie is. Niet het gebouw, niet de machine – hoe mooi ook misschien – maar de mens in de wereld van de productiemaatschappij. Reden te meer dus voor ons allen om op dit thema elkaar nog eens te bevragen. Wellicht ook meer dan voorheen je als bedrijf te focussen op het personeel: zit een ieder op de juiste plaats in de organisatie? Komt de persoonlijke ambitie en ontwikkeling van een ieder voldoende voor het voetlicht? Vragen van organisatorische aard misschien, maar zeker ook die van personeelsbeleid.